Persistentie, dat resulteert in een relatief vlakke lactatiecurve, wordt gezien als een belangrijk kenmerk voor economie, gezondheid en levensduur. Er is daarom ook veel onderzoek gedaan naar de kenmerken van persistentie, de erfelijkheid en welke factoren invloed hebben. Bij een niet-persistente koe daalt de productie na de piek relatief snel. Bij een persistente koe gaat dat veel geleidelijker. Vaarzen zijn met het meest persistent en met het ouder worden neemt de persistentie af. Dit staat los van het productieniveau; zowel hoogproductieve als laagproductieve koeien kunnen meer of minder persistent zijn. De hoogte van de productiepiek en het verloop daarna zijn mede genetische bepaald.
Weinig persistentie kan bij een relatief hoge productie de koe zwaar belasten en verhoogt de kans op gezondheidsproblemen. Een koe die niet persistent is heeft een diepere negatieve energiebalans, een grotere kans op ketose, verminderde weerstand en een slechtere vruchtbaarheid. Maar dat hangt natuurlijk ook af van de absolute hoogte van de productie. Persistentie zal bij een lage productie minder effect hebben dan bij een hoge productie. Uit onderzoek is ook bekend dat een hoge productie negatief gecorreleerd is met de levensduur. Dus de combinatie van een hoge productie met een lage persistentie is een serieuze bedreiging voor de gezondheid en levensduur. De hogere productie komt vooral uit de piekperiode. De beste strategie is om in alle gevallen een maximale persistentie te bereiken: een beperkte piek met een vlakke lactatiecurve. Een daar hoort dan weer een tussenkalftijd op maat bij.




